Distelloo is een camping vol verhalen en herinneringen van de vele karakteristieke gasten

Mensen uit de Randstad die in Brabant de rust komen opzoeken maar ook van dichterbij, bewoners van de Bossche binnenstad die vanwege de gezelligheid en de prachtige bosrijke omgeving vaak op Distelloo te vinden zijn.

Som­mi­gen zijn al gene­ra­ties met de cam­ping ver­bon­den. Als kind met vader en moe­der op Dis­tel­loo geweest en nu zelf met kin­de­ren of klein­kin­de­ren een cara­van betrok­ken. Maar een ken­nis­ma­king met Dis­tel­loo begint natuur­lijk met de ver­ha­len van Nic en Ange­ni­ta Jan­sen.

Nic Jansen

Nic was 14 jaar toen zijn vader in 1963 de camping startte en herinnert zich de beginjaren nog goed. “Dit gebied was toen pas net aangeplant met naaldbomen bestemd voor de mijnbouw. Het gras was bijna hoger dan de bomen. Daar kon je zo overheen kijken. In die jaren was kamperen pas net in opkomst. Gezinnen uit de randstad vierden hier hun vakantie. Althans, moeder bleef zes weken met de kinderen en vader kwam in de weekenden.“

In die begin­tijd was alles voor­al op de cam­ping te doen. Over­dag ston­den er lan­ge rij­en voor de cam­ping­win­kel en ’s avonds was het tot in de vroe­ge uur­tjes druk aan de cam­ping­bar.”

Angenita Jansen

Veel mensen van die begintijd leven niet meer, maar nog steeds bezoeken hun kinderen of kleinkinderen de camping. Ze zijn hier als kind opgegroeid en komen nu zelf met hun kinderen. Angenita werd ook wel gekscherend ‘Moeder van de camping’ genoemd. Zij had niet alleen de zorg voor haar eigen kinderen – dochters Janita en Erna en zoon Nicky – maar hield ook een oog op de kinderen van de camping.

Een cam­ping run­nen was abso­luut niet mijn droom, maar uit­ein­de­lijk werd het mijn leven. Rijk en soci­aal. Maar ook dag en nacht kei­hard wer­ken. Toen we het in ’89 over­na­men, ston­den we voor een keu­ze: groei­en – de gro­te bun­ga­low­par­ken ach­ter­na – of klein blij­ven en inves­te­ren in rust en ruim­te. Geluk­kig kozen we het laat­ste. Met lek­ker leven voor ons en onze gas­ten als voor­naams­te doel. We deden alles zelf. Elke keer een beet­je. Mooi vind ik het als men­sen hier naar jaren terug­ko­men en het gevoel heb­ben dat er niets ver­an­derd is. Dat is vol­gens mij het gevoel van thuis­ko­men.“

Hoe­wel Nic en Ange­ni­ta nog bij­na dage­lijks op de cam­ping aan­we­zig zijn, is het hun zoon Nic­ky die de fami­lie­tra­di­tie voort­zet en de cam­ping beheert. Toe­komst­plan­nen heeft hij vol­op maar hij is voor­al trots op wat er al is.

Nick Jansen

De sfeer hier is gewoon heerlijk. Niets moet, veel mag. We zijn geen camping met een druk animatieprogramma of bruisend nachtleven. Mensen komen hier voor de rust van de natuur en de gemoedelijkheid. De meesten komen hier ‘per ongeluk’ terecht. Op doorreis naar het Zuiden of op visite bij campinggasten.“

Vrij­wel altijd komen ze terug. Het begint met kam­pe­ren en ein­digt in een ‘twee­de huis’. Dan zijn ze hier bij­na elk week­end te vin­den. Op vrij­dag­mid­dag na het werk snel de auto in en op zon­dag­avond met tegen­zin weer weg.“